Afbeeldingengalerij verwerking

Film verwerking [DE]

Randvoorwaarden

SOLITEX PLUS folie dient met de bedrukte zijde naar de toepasser wijzend te worden aangebracht. Ze wordt strak en zonder doorhangen horizontaal (parallel aan de dakvoet) als onderdak- en onderspanfolie gelegd. Bij gebruik als onderspanfolie is de maximale afstand tussen de spanten beperkt tot 100 cm.

Ze mogen niet worden bevestigd op plaatsen waar verzameld water wegstroomt (bijv. in kilkepers).

Op niet geïsoleerde, niet verbouwde zolderverdiepingen dient een nokventilatie te worden geïnstalleerd. Laat daarvoor de SOLITEX folie 5 cm voor de nok eindigen. Bovendien dient de onverbouwde zolderverdieping te worden voorzien van permanent werkende ventilatiesystemen. De folies moeten dan tegen permanente uv-straling worden beschermd (bijv. door het verduisteren van ramen).

De SOLITEX PLUS onderdak- en onderspanfolie kan maximaal 3 maanden als tijdelijke afdekking worden gebruikt om de constructie tijdens de bouwfase te beschermen volgens de eisen van de Duitse unie van dakdekkersbedrijven (ZVDH). De dakhelling moet in dit geval min. 14° zijn. Verder moeten de systeemcomponenten TESCON NAIDECK nagelafdichtingsband, ORCON F aansluitlijm en TESCON VANA worden gebruikt voor het verlijmen van overlappingen resp. aansluitingen. De connect-varianten beschikken over twee zelfklevende zones voor een betrouwbare buitenafdichting. Bij het aanbrengen en verlijmen moeten de voorschriften van de Duitse unie van dakdekkersbedrijven (ZVDH) in acht worden genomen.

Volgens deze voorschriften is SOLITEX PLUS bij gebruik als onderspanfolie met een eenvoudige overlapping bij daken met keramische en betonnen dakpannen geschikt als extra bescherming tegen regen. Wordt SOLITEX PLUS als onderdakfolie met een eenvoudige overlapping op houten beschot gebruikt, is ze ook bij verhoogde eisen geschikt als extra bescherming tegen regen.

Aanvullend advies voor inblaasisolatie
SOLITEX PLUS kan ook als afsluitende laag voor allerlei soorten inblaasisolatie dienen. Een wapening zorgt voor een geringe rek bij het inblazen.
Het is aan te bevelen om nageldichtingsband onder de tengellatten aan te brengen (bijv. TESCON NAIDECK). Het tengelwerk dient vóór het inblazen te zijn aangebracht. Om te waarborgen dat vocht onder de dakbedekking in het midden tussen de spanten wordt afgevoerd, moet er in het midden van het veld aan de panlatten een 'zwevende' lat worden aangebracht. Deze moet minimaal 1 cm dikker zijn dan de tengellatten. Ze voorkomt dat de folie bij het inblazen te veel wordt opgerekt en zorgt voor de noodzakelijke ventilatie.

Als de isolatie van buiten wordt ingeblazen, kunnen de inblaasgaten met de 15 cm brede TESCON VANA worden verlijmd.



Techniek-hotline