Afbeeldingengalerij verwerking

Film verwerking [DE]

Randvoorwaarden

DASAPLANO 0,01 connect dient met de bedrukte zijde naar de verwerker wijzend te worden aangebracht. Ze wordt strak, horizontaal (parallel aan de dakvoet) en vlak op een vakisolatie gelegd.

Als de DASAPLANO 0,01 connect wordt blootgesteld aan weersinvloeden resp. regen moeten de folies dwars op de richting van de afwatering worden gelegd. Op deze manier is de constructie beter beschermd tegen binnendringend vocht. Om de vorming van condensvocht te voorkomen, dient de inbouw van de bovenisolatie meteen na de luchtdichte verlijming van de DASAPLANO 0,01 te worden uitgevoerd. Dit geldt met name bij werkzaamheden in de winter.

Luchtdichte verlijmingen zijn alleen realiseerbaar op plooivrij aangebrachte dampremmen.

Te hoge relatieve luchtvochtigheid (bijv. tijdens de bouwfase) door middel van consequent en permanent ventileren snel afvoeren. Af en toe stootventileren is niet voldoende, om grote hoeveelheden, aan constructieve oorzaken te wijten vochtigheid snel uit het gebouw af te voeren. Zo nodig bouwdrogers opstellen.

Met gipsplaten binnen: 2:1-oplossing
Dit betekent dat 2/3 van de totale isolatielaag uit een willekeurig isolatiemateriaal tussen de spanten bestaat en minimaal 1/3 uit een afsluitende onderdakplaat van houtvezel met daartussen de DASAPLANO 0,01 connect. Aanvullend kan een SOLITEX-onderdakbaan worden aangebracht.

Met profielplanken of bepleistering op latbeplanking binnen: 3:1-oplossing
Dit betekent dat 3/4 van de totale isolatielaag uit een willekeurig isolatiemateriaal tussen de spanten bestaat en minimaal 1/4 uit een afsluitende onderdakplaat van houtvezel met daartussen de DASAPLANO 0,01 connect. Aanvullend kan een SOLITEX-onderdakbaan worden aangebracht.

De adviezen van fabrikanten van houtvezelisolatieplaten kunnen hiervan afwijken. In dat geval gelden de aanbevelingen van de fabrikant.



Techniek-hotline